|
|
|
EU: Is Europa's sociale
zekerheid nog betaalbaar na 2010 ?
Iers groeimodel best voorbereid op Vergrijzing en Globalisering.
De wereldeconomie is de laatste dertig jaar
nooit zo sterk gegroeid als in 2004, namelijk met ongeveer 5 pct.
China's
en Indie's groei zijn fenomenaal. De VS en Japan zetten hun
heropstanding verder.
Intussen glijdt Europa af naar stagnatie,
mogelijks zelfs recessie. De zwakke groei zet Europa's sociaal stelsel
onder toenemende druk. Europa's demotiverend
fiscaal stelsel is de fundamentele oorzaak. De globale belastigdruk
ligt in Europa 15% hoger dan de VS en
Japan, en 9% hoger dan het OESO gemiddelde. Dit overheidsbeslag werkt
demotiverend, en leidt de onontbeerlijke werkmiddelen af van de
private sector naar een steeds inefficienter
wordend overheidapparaat.
|
|
Toch
kent ook Europa enkele merkwaardige uitzonderingen: Luxemburg, Portugal en Ierland. Vooral
Ierland kende een ware welvaartsexplosie met een gemiddelde groei van
5,6% in de
laatste 20 jaar, en dankt zijn succes aan zijn afwijkend
belastingsstelsel. Ierland's FAIR-TAX stelsel kent een
significant lagere globale belastingsdruk en een evenwichtige verdeling
van de
fiscaliteit over directe en indirecte belastingen. Ierland toont
aan
dat hun
alternatief model leidt tot economisch en sociaal succes. Het Iers
model is realistisch en ook in Belgie toepasbaar. Waar wacht men op
?
Luc Van braeckel
interviewt Workforall
over
hun opmerkelijk onderzoek.
|
|
Jullie hebben onderzoek verricht naar de oorzaken van
de welvaartsverschillen
in Europa. Hoe zijn
julie daartoe gekomen?
Aanleiding was
de vaststelling van de opmerkelijke groeiverschillen in reëel
welvaartspeil
tussen de Europese landen; We hadden vastgesteld dat Denemarken In 18
jaar
tijd (1984-2002) een reële welvaartsgroei van amper 35%
realiseerde,
en ook België zeer matig scoorde met een groei van nauwelijks 42%
in 18 jaar.
Ierland daarentegen
zag over dezelfde
periode zijn reële welvaart stijgen met niet minder dan 167%.
Ierland
evolueerde zo in amper een halve generatie tijd van het tweede armste
tot
het op één na welvarendste land van Europa (na
Luxemburg).
Gelijkaardige groeiverschillen vonden we ook in de jobcreatie
terug. Onze
vraag was waaraan deze merkwaardige
groeiverschillen te danken zijn. We vroegen ons af of België
wellicht
-mits gepaste economische beleid- de economische en sociale prestaties
kon evenaren van landen als Ierland of Luxemburg.
Waarop
is dat onderzoek gebaseerd?
Een
aantal factoren die de welvaartsgroei bepalen zijn
bekend uit de economische literatuur. Zo weet men al langer dat er een
negatief verband bestaat tussen belastingsdruk en welvaartsgroei.
Gwartney en ook Laffer en Armey hebben daarover baanbrekend onderzoek
verricht.
Gwartney
onderzocht de oorzaken van de verschillen in welvaartsgroei
tussen de OESO-landen over een lange periode van 1960 tot 1996. Hij
stelt vast dat In landen en periodes waar het overheidsbeslag kleiner
was dan 25% van het BNP de welvaart jaarlijks gemiddeld met 6,6%
toenam. Landen waar het overheidsbeslag op de welvaart
méér dan 60% bedroeg realiseerden een welvaartsgroei van
1,6%. Met zijn studie toont hij andermaal het negatief verband tussen
overheidsbestedingen -en dus onrechtstreeks ook de belastingsdruk- en
de welvaartsgroei aan.
Dit verband blijkt
ook evident uit
het spreidingsdiagram tussen groei en de omvang van de overheid in de
EU-landen.
|
Een nog sterker negatief verband ziet men op het
spreidingsdiagram
tussen
welvaartsgroei en loonbelasting: hoe hoger de belastingsdruk hoe lager
de groei.

Maar
er spelen toch nog andere factoren die de welvaartsgroei bepalen dan
alleen
maar de belastingsdruk?
Ja
natuurlijk! Onze
werkgroep heeft
op dezelfde manier niet minder dan 25 mogelijke oorzaken van
groeiverschillen
onderzocht. Zo onder meer de invloed van de leeftijdsstructuur,
het
opleidingsniveau, de inflatie, de jaarlijkse
werkuren, de consumptiequote,
de intrestvoeten, de verhouding tussen directe en indirecte
belastingen,
de omvang van het overheidstekort, de invloed van de toetreding tot de
EU enz, enz...
Al die gegevens
zijn bekend bij de OESO,
en werden verwerkt in een omvattend meervoudig regressiemodel, waarin
vertragingseffecten
van nul tot vier jaar werden verrekend.
Meervoudige
regressie is de wetenschappelijke
methode om de invloed van veel simultaan spelende factoren te bepalen.
Deze techniek laat toe met mathematische precisie het effect en het
relatief
belang van veel simultaan spelende factoren elk afzonderlijk te
berekenen.
Met dezelfde techniek onderzoekt de medische wetenschap of
leefgewoonten
of voedingsgewoonten invloed hebben op onze gezondheid,
levensverwachting
of ziekteverschijnselen. Op onze website kan men de resultaten van dit
onderzoek nagaan. http://www.workfo...
Met ons onderzoek vonden we een verklaring
voor 93% van de Europese groeiverschillen. De bijzonderste
conclusie uit dit onderzoek is dat twee hoofdoorzaken aan de basis
liggen van zwakke groeiprestaties. Een excessief overheidsbeslag
enerzijds en een demotiverende
belastingstructuur, met zware lasten op
arbeid, inkomen en winst anderzijds. Deze twee beleidsfactoren bleken
veruit de belangrijkste van de 25 onderzochte oorzaken die de
welvaartsgroei bepalen.
Zo levert een vermindering het overheidsbeslag
met 1% al gauw een bijkomende jaarlijkse welvaartsgroei van 0,6%.
De resultaten van ons onderzoek worden trouwens in grote lijnen
bevestigd in een studie van het IMF van Juli 2004. Het IMF gebruikt
hierbij de identieke onderzoeksmethode, maar onderzocht een andere
landengroep over een andere periode. http://www.fma.gv...
Uit de cijfers blijkt ook dat "deficit spending" en renteverlaging geen
enkele positieve bijdrage levert tot de economische groei. Dit in
tegenstelling tot wat de "believers" in Keynesiaans beleid nog altijd
mogen beweren.
|
Dat
abstrakte cijferwerk zegt de burger natuurlijk niet veel...
Nochtans
is dat de geijkte wetenschappelijke methode om zo'n vraagstuk aan te
pakken.
Jammer genoeg kun je de resultaten daarvan niet grafisch illustreren
terwijl
grafieken juist wel tot de verbeelding spreken.
We hebben daarom
ook twee landen
vergeleken die een totaal tegengesteld economisch beleid voerden.
Ierland
dat sedert 1985 een expansief productie stimulerend beleid van
belastingsverlaging
voerde, en België dat bleef volharden in een politiek beleid met
hoge
belastingdruk
en een krimpscenario volgde met allerhande besparingen die onze burgers
maar al te goed kennen.
In 1985 stond
Ierland er slechter
voor dan België: uit de hand gelopen begrotingstekorten, zwakke
groeiprestaties,
een welvaart die slechts 65% bedroeg van de onze en een
werkeloosheidcijfer
dat met 17% veel hoger lag dan het Belgische met 10%. Beide landen
voerden
tot 1985 een gelijkaardig Keynesiaans beleid en lieten de
overheidsuitgaven
ontsporen. Daarbij werd in België in 1983 de psychologische kaap
van
50% van het BNP overschreden. Dit ging gepaard met een continue
stijging
van de belastingsdruk, staatschuld, en niet altijd even productieve
overheidsbestedingen.
De negatieve spiraal was geboren. Op de grafieken ziet men dat
Ierland's
overheidsbestedingen tot 1980 ongeveer gelijk tred hielden met de
Belgische,
en de groeiprestaties van beide landen ook parallel verliepen.
Ierland gooide evenwel
in 1985 het
roer radicaal om. Het verlaagde drastisch de belastingsdruk, schrapte
alle
overbodige overheidsuitgaven en verminderde zo in drie jaar tijd het
overheidsbeslag
met niet minder dan 20%. Ierland gaf zo de start tot een periode van
explosieve
welvaartsgroei van gemiddeld 5,6% in de periode 1985 tot 2002. Dit is
zowat
het driedubbele groeiritme van België.
België koos
voor een totaal
ander beleidstype. België verlaagde de belastingsdruk nauwelijks,
maar probeerde met allerlei micro-maatregeltjes om de economie te
stimuleren.
Zelfs onder gunstigste conjuncturele omstandigheden bleven de
overheidsbestedingen
hangen boven de 50% van het BNP. Onder dit beleidstype bleef onze groei
stagneren rond de 1,9%. In 2003 legde de Belgische overheid nog altijd
beslag op 51,4% van het BNP terwijl de Ierse Overheid zijn bestedingen
had teruggedrongen tot 35,2% van het BNP.
Daarmee
is de
Belgische overheid
op vandaag 46% groter dan de Ierse, en zijn de verschillen in
groeiprestaties
navenant. Alhoewel de Ierse welvaart in 1970 nauwelijks de helft
bedroeg
van de onze, is ze vandaag beduidend groter. Als gevolg van de
welvaartsgroei
beschikt de Ierse overheid op vandaag over een zeer ruime beleidsmarge
voor allerhande sociale, culturele en milieu-initiatieven.

|
Maar de Ierse
welvaartsgroei laat
zich nog het best voelen in de geldbeurs van zijn burgers. De toename
van
het BNP/hoofd met 167% met daarbovenop een belastingsverlaging met
één
derde betekent in realiteit een vermenigvuldiging van het besteedbaar
inkomen
met een factor 3,5 in 17 jaar. Kan U zich voorstellen wat dat betekent?
Die
welvaartsexplosie ziet men ook als men Ierland bezoekt; men merkt het
ongeëvenaard
optimisme. Rond Dublin staat een woud van torenkranen, overal nieuwe
huizen,
de nieuwste auto's, moderne fabrieken en burelen. Dat ziet men ook in
de
sanering van volksbuurten, en in de zorg die ze besteden aan het
milieu.
Het welzijn merkt men ook in de afwezigheid van criminaliteit en aan de
onafgesloten autoportieren. Men leest ook geluksgevoel in de ogen van
mensen,
in het geboortecijfer, en in de welzijns-ranking waar Ierland nu is
opgeklommen
tot het aangenaamste land ter wereld.
|
| Overname
van onze
teksten en illustraties is gaarne toegestaan. Wil de bron vermelden aub |
|
|