De grootste
overcapaciteit zit
bij de bureaucratische industrie
Martin
de Vlieghere
Banken,
autobouwers en huizenbouwers zitten wereldwijd met een gevaarlijke
overcapaciteit. Indien ze niet drastisch saneren, dreigen ze in een
catastrofale financieel-economische ‘meltdown’ elkaar in de afgrond te
trekken. Om tijd te winnen, vragen ze noodhulp aan de overheden. Er
lijkt een consensus te groeien dat de overheden de laatste redding zijn
en dus actief, en liefst internationaal geconcerteerd, moeten
ingrijpen. Helaas zijn de overheden zelf de hoofdoorzaak van de huidige
systeemcrisis en dus zeker niet de oplossing.
Banken
en overheden in hetzelfde bedje ziek
In de eerste fase van de
bankencrisis speelden de overheden de rol van reddende engel. De banken
vertrouwen elkaar niet, maar wel nog de overheden. Op die manier kunnen
de overheden massaal en goedkoop geld ophalen om de noodlijdende banken
te stutten. De overheden kunnen er in principe zelfs geld aan verdienen
doordat de ondersteunde banken een risicopremie moeten betalen ten
opzichte van het tarief dat de overheden op hun schuld wordt
aangerekend. De overheden genieten een hogere kredietwaardigheid dan de
banken. Maar is dat terecht?
Het huidige financieringsmodel
van de verzorgingsstaat is op zijn minst
even onverantwoord als dat van de slechtste banken: het is volledig
gebaseerd op ongebreidelde groei van krediet, consumptie en
werkgelegenheid. Nu deze graadmeters fel naar omlaag tuimelen, zitten
banken én overheden in de wurggreep van de deflatie.
De banken en de autobouwers
komen om geld bedelen bij overheden die
zelf een gigantisch negatief netto-vermogen hebben en volledig
afhankelijk zijn van vers goedkoop geld om hun dagelijkse uitgaven te
dekken. De bankgaranties die de Belgische staat verleent, komen bovenop
zijn volledig ongedekte pensioenverplichtingen en zijn schuld die
nominaal alle records breekt. De staat als werkloosheids- en
pensioenverzekeraar opereert als een verzekeringsmaatschappij zonder
beleggingen. Erop rekenen dat de uitkeringen zullen blijven uitgekeerd
worden, is erop rekenen dat de staat zal kunnen blijven schuld
opbouwen. De eerste twijfels sijpelen door. De ratingbureaus hebben
recent een eerste keer de kredietwaardigheid van de Belgische staat
verlaagd.
Besparen is
dringend
De uit de hand lopende federale
begroting moet nu stilaan wel iedereen zorgen baren. Toch klinkt de
politieke discussie daarover tot op heden nog zeer bezadigd en gaat
bijvoorbeeld over de vraag of een afgeslankte ambtenarij wel zijn taken
zal aankunnen. In De Standaard van 30 januari zei SP.A-voorzitter
Gennez nog terecht
dat ambtenaren schrappen alleen kan als men ook her en der regels
afschaft. Om begrijpelijke redenen durft ze zelf geen concrete
voorstellen te doen. Dat hoeft zij als prominent politicus ook niet te
doen aangezien niet alleen haar achterban, maar het grootste deel van
de bevolking daar totaal niet klaar voor is. We zitten nog altijd vast
in het illusoire politieke spel om zoveel mogelijk van onze kosten op
de gemeenschap af te wentelen. Daarom besluit Gennez dat het VLD-plan
om 27000 ambtenaren niet te vervangen onrealistisch is.
Gezinnen en bedrijven die meer
schuld hebben dan financiële activa
zijn slecht gepositioneerd in een deflatoire periode. Zij moeten
dringend besparen om niet verplicht te worden hun vastgoed te verkopen
in een dalende vastgoedmarkt. De Belgische overheden hebben bijna geen
bezittingen meer om te verkopen of te verpanden. Zij moeten dus nog
veel dringender besparen om niet verplicht te worden álle
ambtenaren te bedanken voor bewezen diensten en de stekker uit de
verzorgingsstaat te trekken.
Een deflatoire depressie is een pijnlijk genezingsproces waarbij de
bedrijven met overcapaciteit en de slechte banken elkaar meesleuren in
hun val. Daardoor zien de financieel gezonde bedrijven hun koopkracht
stijgen, zowel op de arbeidsmarkt als op de kapitaalmarkt. De negatieve
economische spiraal stopt wanneer de prijzen van de geschikte
arbeidskrachten en kapitaalgoederen voldoende gedaald zijn zodat de
bedrijven van de toekomst ondanks het heersende pessimisme uiteindelijk
toch terug durven investeren en uitbreiden.
Denken dat dit pijnlijke
genezingsproces niet nodig zal zijn en dat het economische systeem wel
nog een inflatoire groeiperiode in zich heeft, is ijdele hoop. Want als
men nu krampachtig probeert de depressie tegen te houden met steeds
duizelingwekkender hoeveelheden uit het niets gecreëerd geld, dan
worden de financieel gezonde bedrijven zowel fiscaal als financieel
gediscrimineerd. De slechte banken houden het geld als reserve aan bij
de centrale bank en willen het alleen nog uitlenen aan de slechte
bedrijven en overheden waaraan ze hun lot hebben verbonden door er in
het verleden al zoveel krediet aan te verschaffen. Het verse geld dient
dus jammerlijk genoeg om de bedrijven en overheden met overcapaciteit
recht te houden. Zolang dit lukt, komen er onvoldoende geschikte
arbeidskrachten en kapitaalgoederen vrij voor de financieel gezonde
bedrijven en kan er van een duurzame relance geen sprake zijn..
Structureel
besparen kan simpel zijn
De
industrie met de grootste
overcapaciteit is niet de auto-industrie, maar de bureaucratie. Onze
Belgische industrieterreinen staan vol met kantoren in plaats van
fabrieken. De bureaucratie beperkt zich niet tot de overheid. Het
complexe arbeidsrecht bijvoorbeeld creëert een mega-industrie van
interim- en selectiebureaus, sociale secretariaten,
dienstencheque-bureaus, maaltijdcheque- bureaus en
antipesterijconsulenten-bureaus die
niet nodig waren geweest, hadden we zuiniger en zorgvuldiger met
wetgevend werk omgesprongen.
De meest eenvoudige
administratieve vereenvoudiging met de grootste impact is evenwel deze:
schaf de inkomstenbelasting af. Dat is drie vliegen in
één klap: massaal minder werk voor de fiscus en de
fiscale consulenten, het moeiteloos behalen van de Kyoto-norm dankzij
de noodgedwongen verhoging van de reeds bestaande belastingen op
consumptie (= ecotaks), en de afschaffing van de overbodig geworden en
bureaucratisch dure milieupremies die overigens toch alleen maar
betuttelend de creativiteit fnuiken bij het zoeken naar energiezuiniger
oplossingen.
Alle overheden zouden tevens
hun subsidies aan bedrijven en huisvestingsmaatschappijen moeten
afschaffen. Overheden creëren onvermijdelijk loodzware
bureaucratieën wanneer ze zich in de plaats van de markt stellen
om te bepalen welke innovaties en bouwprojecten voorrang moeten
krijgen. Een succesvolle onderneming die duurzaam welvaart
creëert, komt altijd uit het brein van een ondernemer en nooit uit
de vergadering van een comité door de overheid aangestelde
experts.
Schaf de provincies af. Het
overgrote deel van de activiteiten van de provincies concurreren met
wat andere overheden doen (onderwijs, drugspreventie, milieupremies) en
de rest kan net zo goed door andere overheden gedaan worden. Zelfs
op politieagenten kan worden bespaard zonder aan de dienstverlening te
raken. Ik betaal belastingen opdat de politie mijn vrijheid en eigendom
zou vrijwaren, niet om drugs uit de winkelrekken te halen. Het is niet
wetenschappelijk bewezen dat ook maar één persoon van een
drugsverslaving is gehouden of afgekickt dankzij politieoptreden.
Daarom is de politionele strijd tegen de drugshandel een wel erg dwaze
oorlog. Hoe performanter de politie drugs onderschept en dealers
oppakt, hoe dieper de drugshandel in de criminaliteit wordt geduwd. Het
resultaat van de ‘war on drugs’ is dan ook dat de meest gewelddadige
criminelen en suïcidale terroristen met hun drugsgeld een steeds
grotere greep op de wereldeconomie krijgen.
Martin De Vlieghere.
Martin
DE VLIEGHERE is geboren te Leuven op 28 juli 1963. Hij
promoveerde op 18 januari 1993
tot doctor in de Letteren en Wijsbegeerte op een proefschrift over de
voorwaarden van de
moderniteit in het werk van Jürgen HABERMAS en Friedrich
HAYEK. Hij was assistent Professor in de vakgroep
Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent. Hij is
auteur van het boek " Wij verkiezen een Führer - De
economische
oorzaken van racisme en oorlog in de twintigste eeuw", uitgegeven
bij
Van Halewyck (Leuven, 1996). De Vlieghere wordt aanzien als een
van
de
prominentste hedendaagse filosofen op gebied van economie. Hij is
geliefd spreker en publiceerde talloze economische en filosofische
essays. Hij is
voorzitter van FACS - "the Free Association for Civilization Studies",
bestuurslid van Nova Civitas
en medebezieler van Workforall.net.
In dit exclusief
vimeo-interview van Luc Van Braekel zoekt Martin De
Vliegere naar de fundamentele
oorzaken en remedies voor de crisis.
Hij doorbreekt de Keynesiaanse "consensus" en verdedigt onder meer deze
non-conformistisiche stellingen:
► Dat deze
financiële crisis
niet de crisis is van het kapitalisme maar van het
staats interventionisme
► Dat de
overmatige
groei van de
geldhoeveelheid de
belangrijkste oorzaak is van de financiële crisis.
► Dat een
geldstelsel
slechts duurzaam kan zijn bij een stabiele geldhoeveelheid
► Dat deflatie
helemaal
niet slecht is of de groei remt, maar juist omgekeerd de reële
koopkracht opkrikt.
► Dat Gresham's
wet
onder "free banking" omgekeerd werkt als
in onder een 'legal tender' systeem ► Dat het
repartitie-pensioenstelsel
archaïsch is omdat het neerkomt op uitbuiting van onze kinderen
► Dat de Staat de
plaats
heeft
ingenomen
van God.
► Dat sturing door overheden van
economie en innovatie contraproductief werk en vooruitgang afremt.
► Dat modern
lijkende
milieusubsidies al even erge verkwistingen zijn is als onze
archaïsche
ijzerweg.
► Dat vrouwen wel
en
mannen (nog)
niet
geëmancipeerd zijn.
► Dat Joe
the Plumber's demotivatie vooral ligt in overregulering
en
in de excessieve belastingsdruk.
► Dat niet
vraagstimulering maar besparingen
de
enige uitweg
zijn
uit de crisis.
.
Don't
forget
to
Thanks
for linking http://workforall.net
on Your website