More
Government
means more Rules;
more
Rules mean
less
Freedom;
less
Freedom means
less prosperity and
poor quality
of life
Don't
forget to
Pensioenhervorming.
De politieke partijen hebben hun voorstellen geformuleerd
over de aanstaande pensioenhervorming. Die gaan van vermogensbelasting
(SP.a)
over duurdere dienstencheques, langer werken (CD&V), tot een 45
jarige
loopbaan voor iedereen (LDD). Die plannen wekken de illusie dat de
pensioencrisis nog met nieuwe belastingen of wat meet vlijt kan worden
opgelost. Nochthans
waarschuwt De
Europese Centrale Bankdat
omslagstelsels in hun huidige vorm finaal onhoudbaar zijn, en dat
structurele
hervormingen nodig zijn willen we een instorting van ons sociaal
stelsel alsnog
vermijden. De ECB hanteert daarbij de verhouding van opgebouwde
pensioenrechten
tot het beschikbaar inkomen als richtinggevende maatstaf voor de
duurzame
financierbaarheid. Volgens die maatstaf scoort België met een
gecombineerde
staatsschuld en pensioenverplichtingen van 778% van ons beschikbaar
inkomen
beduidend slechter dan Portugal, Ierland, Spanje en zelfs Griekenland
(591%), dat nu al
in acute financieringsproblemen is verzeild.
Dit jaar al dreigt ook België met acute
financieringsproblemen geconfronteerd te worden. Om haar lopende
uitgaven te dekken en de kortlopende leningen
te herfinancieren moet de Belgische schatkist in 2010 een record bedrag
van 89
miljard euro lenen. Dat is een kwart van
ons BBP of de helft van het
beschikbaar inkomen. Ook dit jaar zullen buitenlandse financiers die nu
al 56
procent van onze staatsobligaties in handen hebben
weer ruim moeten
bijspringen. Het gevaar is reëel dat financiële markten een
hogere risicopremie
eisen of niet langer genoegen nemen met de huidige historisch lage
rente en de
rentesneeuwbal weer aan het rollen gaat. Knutselen
aan modaliteiten
Ons sociaal stelsel is gebaseerd op krediet en heeft nu
duidelijk de limieten van de financierbaarheid bereikt. Het is een
illusie te
denken dat we ons “Rijnlandmodel” in zijn huidige vorm kunnen
handhaven.
Structurele hervormingen dringen zich op. De pensioenplannen van de
politieke
partijen zijn daartoe stuk voor stuk ontoereikend. Ze kunnen de
pensioencrisis
onmogelijk oplossen.
Het voorstel van de SP.a voor een vermogensbelasting is
naïef en zelfs populistisch omdat het erop neerkomt lopende
uitgaven te
financieren met vermogen. Dat is net als de meubels opstoken om het
huis nog
enkele dagen warm te houden. In de wetenschap dat zelfs de totale
confiscatie
van al ons onroerend vermogen niet zou volstaan om de staatsschulden te
delgen
is een vermogensbelasting de kortste weg naar het bankroet. Langer
werken of
een 45 jarige loopbaan helpt maar kan het acute financieringsprobleem
hoogstens
een paar jaar uitstellen.
De oplossing moet worden gezocht in structurele hervormingen
die de zware onevenwichten van ons sociaal stelsel wegwerken: de
buitensporige
bureaucratische kost, sommige asociale verschillen en te gulle
statuten, en
vooral de financiële onhoudbaarheid van het omslagstelsel. Repartitie versus Kapitalisatie
In ons omslagstelsel worden
lopende pensioenen betaald uit
heffingen op de lopende loonmassa en in toenemende mate met algemene
fiscale
ontvangsten. Die middelen worden hoofdzakelijk opgebracht door de
actieven. Repartitiestelsels
houden daarmee een onbillijke en oneconomische transfer in tussen
generaties.
In een kapitalisatiesysteem daarentegen spaart elke generatie haar voor
haar
eigen pensioen.
De keuze voor kapitalisatie is niet alleen een kwestie van
rechtvaardigheid tussen generaties. Het wezenlijke verschil ligt in de
creatie
en meerwaarde nodig om het systeem te financieren. In een
kapitalisatiestelsel
genereert het gespaarde vermogen zelf de meerwaarde om pensioenen te
bekostigen
omdat de spaarmiddelen via de financiële markten worden
geïnvesteerd in
meerwaarde- en arbeid genererende bedrijven.
Een omslagstelsel kent geen kapitaalvorming en genereert
noch tewerkstelling noch meerwaarde. Net als een piramidespel is het
aangewezen
op lopende inkomsten om lopende uitgaven te betalen. En net als een
piramidespel slechts houdbaar is zolang naïevelingen toetreden is
een
repartitiestelsel slechts houdbaar zo lang de bevolking snel toeneemt
en zolang
de nieuwkomers het allemaal nog kunnen ophoesten (of daartoe bereid
zijn). De
inkomsten uit de lopende fiscaliteit zijn bovendien gevoelig voor
demografische
veranderingen, werkeloosheid, conjunctuur, dalende welvaart, stijgende
rente of
eenmalige tegenvallers en maken het staatsbudget wisselvallig. In de
praktijk moeten
we tekorten steeds weer met rentedragende leningen financieren. Dat is
op
termijn onhoudbaar.
Beschaving en Rechtvaardigheid
"Progressieve" kringen
rechtvaardigen het
repartitiestelsel als "solidariteit tussen generaties". In realiteit
komt het repartitiestelsel neer op een door de overheid opgelegd
systeem van uitbuiting van kinderen door hun ouders. Met
vrijwilligheid, edelmoedigheid, wederkerigheid, samenhorigheid of
intergenerationele rechtvaardigheid of heeft dit systeem niets te
maken. Zulke
uitbuiting is kenmerkend voor primitieve beschavingen, maar is een
moderne
samenleving onwaardig. In onze vergrijzende samenleving nemen de
transfers van
het slinkend aantal actieven naar de groeiende generatie
gepensioneerden
dergelijke proporties aan, dat het maatschappelijk draagvlak wegkwijnt
en de
verstandhouding tussen generaties in het gedrang komt.
Maar ook de enorme pensioenverschillen zijn niet langer
verdedigbaar. Het gemiddeld pensioen van een vrouwelijk zelfstandige
bedraagt
nog nauwelijks 9% van dat van een mannelijk ambtenaar.
Ambtenarenpensioenen
zijn nu al dubbel zo hoog als die van werknemers in de
privésector en de
individuele pensioenen verschillen nog meer. Die historische
scheefgroei is
niet langer financierbaar noch sociaal of moreel verdedigbaar.
Pensioenen die
het modaal loon van de betalende actieven overtreffen horen niet thuis
in een
armlastig pensioenstelsel dat de naam solidair of sociaal wil voeren.
Dure Ambtenaren
Onze (para)fiscale druk behoort nu al decennia tot de
hoogste ter wereld. Toch zijn onze pensioenen naar internationale
normen
bedroevend laag: gemiddeld slecht 40% van het loon tijdens de actieve
loopbaan.
België scoort daarmee nauwelijks beter dan ontwikkelingslanden. In
Nederland,
Spanje, en Luxemburg bedragen de vervangingsratio’s meer dan het
dubbele.
Oorzaak van die povere verhouding tussen bijdragen en
uitkeringen is de buitensporige kost van onze verpolitiseerde sociale
instellingen en administratieve structuren. 7,5% van ons
staatsbudget gaat naar ambtenarenpensioenen.
Dat is 3 maal zoveel als
Nederland, Spanje en Denemarken. Behalve de gulheid van ons
ambtenarenstatuut
is vooral van de erbarmelijke inefficiëntie van het Belgisch
staatsapparaat
daaraan schuld.
Vijf bestuursniveaus voor een land ter grootte van een
middelmatige wereldstad zijn er minstens twee te veel. Te veel
bestuursniveaus
betekent te veel beambten, een te zware belasting voor ons sociaal
stelsel en
bovendien te veel betutteling over zaken die burgers beter voor
zichzelf kunnen
regelen.
Onverantwoordelijke
politici
Vorige generaties beleidsmakers
hebben in tijden van hoogconjunctuur
en onder de foute premissen van eeuwig groeiende bevolking en altijd
stijgende
welvaart structuren en pensioenaanspraken in het leven geroepen en
daarbij
nagelaten de nodige reserves aan te leggen. Maar het is de
huidige generatie die deze historische dwaling niet alleen heeft
bestendigd, maar uitgebreid tot
buitensporige privileges die sociale rechtvaardiging missen. Daarbij
hebben ze
zichzelf en hun beambten rijkelijk toebedeeld.
Nog steeds ontvluchten
politici hun verantwoordelijkheid. Nog steeds wordt de ernst van de
crisis
verdoezeld achter de virtuele reserves van het Zilverfonds. Nog steeds
gedogen ze
dat de lasten worden afgewenteld op partijen die in het onderonsje
tussen
sociale partners niet zijn vertegenwoordigd. In
generatieoverschrijdende
vraagstukken is de legitimiteit van het sociaal overleg daarbij ver
overschreden. Structurele
Hervorming
Griekse toestanden staan in
België dichterbij dan velen denken.
Willen we het essentiële van ons sociaal stelsel vrijwaren dan
moeten we ons
pensioenstelsel grondig hervormen. De bureaucratische kost van onze
sociale
instellingen moet omlaag: overbodige bestuursniveaus en verpolitiseerde
sociale
instellingen moeten zwaar gesaneerd of afgeschaft. Scheefgegroeide
“verworven
rechten” en buitensporige privileges moeten herleid tot een sociale
dimensie.
De burger zal ook ruimere verantwoordelijkheden voor zijn eigen bestaan
moeten
overnemen van de in gebreke gebleven overheid. Daarbij moeten de tweede
en vooral
derde peiler geleidelijk het onhoudbaar retributiestelsel van de eerste
peiler
vervangen.
Hoe langer die onafwendbare hervormingen worden uitgesteld
des te pijnlijker zal de overgang verlopen. De ongefinancierde
pensioenverplichtingen blijven immers elke dag oplopen. Als politici
blijven
weigeren de roofbouw op volgende generaties te stoppen dan zullen
financiële
markten hen daar sneller dan gedacht toe verplichten. Paul
Vreymans http://workforall.net
De debattanten
onderkennen het pensioenprobeem als dringend,
maar ook zij lijken de omvang van de pensioencrisis nog niet te
beseffen. Ze laten de fundamentele onevenwichten onaangeroerd.
VDB stelt voor langer te werken om het sociaal stelsel wat langer
overeind te houden. De kern van het probleem: de financiële
onhoudbaarheid van het retributiestelsel, en de
inefficiëntie van onze bestuurlijke structuren worden ongemoeid
gelaten.
VDB ontwijkt ook andermaal de vraag van Véronique Goossens
over de fundamentele onbillijkheden zoals de buitensporige
ambtenarenpensioenen en ongelijke uitkeringen.
Langer werken om de privileges van parasitaire structuren
in stand te houden lijkt maatschappelijk niet langer aanvaard
en stuit ook op alsmaar meer weerstand bij de werkende bevolking.
Met haar populistisch voorstel wil ze haar volgelingen laten geloven
dat onze pensioencrisis nog met nieuwe belastingen
kan worden
gefinancierd.
Zelfs de afgeslankte studiedienst van de socialisten zou moeten weten
dat lopende uitgaven betalen uit vermogen net hetzelfde is als de
meubels opstoken om het huis nog enkele dagen warm te houden: de
kortste weg naar het
bankroet. Trouwens zelfs de totale confiscatie van al ons
onroerend vermogen volstaalt al lang niet meer om de staatsschuld af te
lossen.
Een vermogensbelasting, zoals de sp.a voorstelt, is contraproductief:
het vernietigt niet alleen kapitaal en welvaart, het creëert ook
werkloosheid en is bovendien onrechtvaardig. De belasting op
arbeid verminderen is dringend en dwingend, maar een vermogensbelasting
is daarvoor NIET het aangewezen middel.
Minister
Daerden over onze pensioenen Minister van
Pensioenen Michel Daerden
werd eerder dit jaar in de Senaat ondervraagd hoe ver het nu
staat met de
hervorming en betaalbaarheid van ons pensioenstelsel. Daerden
antwoorde
dat hij niet overhaast te werk wil gaan. Hij belooft een
groenboek
én een witboek later op het jaar.
Eerder had
Daerden al
verklaard dat de uitbetaling van de pensioenen tot 2011 geen enkel
probleem stelt. Geen paniek dus… Onze pensioenen
zijn in goede handen van de PS
De
Pensioencrisis is Géén
Demografisch Probleem
Niet de vergrijzing, maar het
repartitiestelsel
vormt het probleem Martin
De Vlieghere De
dreigende crisis van het
pensioenstelsel is uitsluitend een crisis van het omslagstelsel en dus
niet van de veroudering van de bevolking. Men rekent ten onrechte
op de
solidariteit tussen leeftijdsgroepen. Dan is de veroudering van
de
bevolking inderdaad een probleem.
Maar in een vrije en
verantwoordelijke samenleving moet men leren
dan men zelf zijn pensioen
moet opbouwen
en dat niet een ander u zal onderhouden.
De
Nationale Bank berekende al in 2006 dat de
vergrijzing budgettair onhoudbaar is. Bij ongewijzigd beleid zou de
vergrijzing al vanaf 2010 een verhoging van de belastingdruk noodzaken
met 1/5, terwijl België met een overheidsbeslag van 49% van het
BBP nu al tot de absolute wereldtop van meest belaste landen
behoort. Toch eisen
vakbonden en CD&V-senioren "automatische structurele en procentuele
welvaartsvastheid" van de pensioenen bovenop
de al bestaande indexering.
Daarmee
wordt
bedoeld dat de pensioenen procentueel zouden moeten meegroeien met
productiviteitswinsten die toekomende generaties nog moeten realiseren.
Dit zou de pensioenmassa nog katastrofaal verzwaren en bij gebrek aan
reserves volledig moeten worden verhaald op de toegevoegde waarde van
het slinkend aantal productieven. De perversiteit van welvaartvaste
pensioenen in een land zonder pensioenreserves ligt hem in de
vereeuwiging van de onbetaalbaarheid. Zelfs een verhoging van
productiviteit zal meer helpen: hoezeer toekomstige generaties zich ook
inspannen, de pensioenschuld zou steeds maar met de
productiviteitswinst blijven meegroeien. Welvaartvastheid is dus als
een steen van Sisyfus voor navolgende generaties.
Deze
immorele eis van vakbonden
en CD&V senioren tot "automatisch structureel en procentueel
doorvoeren" van welvaartsvastheid betekent ook dat de
buitensporige pensioenverschillen blijven bestaan, en de armoede van de
kleinste pensioentrekkers NIET wordt bestreden. Vooraleer senioren
solidariteit opeisen van navolgende generaties kunnen ze best begin
maken van solidariteit binnen de eigen
groep.
In dit exclusief
vimeo-interview van Luc Van
Braekel zoekt Martin De
Vliegere naar fundamentele oorzaken en
remedies voor de pensioencrisis. Hij doorbreekt
de Keynesiaanse consensus
en verdedigt enkele non-conformistisiche
stellingen:
.
Markante
Feiten over het Belgisch Pensioenstelsel
Het Belgisch
pensioenstelsel is gekenmerkt door uitzonderlijk grote verschillen in
de pensioenuitkeringen. Zo bedraagt het gemiddeld pensioen
van een vrouwelijk zelfstandige
slechts 9% van dat van een mannelijk ambtenaar. Daarbij geeft de
statistiek het gemiddelde
verschil aan tussen de verschillende pensioenstelsels. De verschillen
tussen individuele uitkeringen zijn nog vele malen groter.
Opmerkelijk is dat
de Belgische overheid niet minder dan 7,5% van haar budget
uitgeeft aan ambtenarenpensioenen. Dat is 3 maal zoveel als Nederland,
Spanje en Denemarken.
In de
privésector daarentegen zijn onze pensioenen bedroevend laag:
gemiddeld slecht 40% van het loon tijdens de aktieve loopbaan.
België scoort daarmee nauwelijks beter dan
Mexico. In Nederland,
Spanje, en Luxemburg bedragen de
vervangingsratio's méér dan het dubbele!
Schuldenberg: Ongedekte
pensioenverplichtingen
Volgens een studie
van ABN AMRO was de actuele waarde van de
pensioenverplichtingen ten laste van de Belgische staat per eind 2003 al opgelopen tot
296% van ons BBP; dat is drie maal zo
veel als onze
officiëel gepubliceerde staatsschuld.
Die
pensioenverplichtingen
werden altijd buiten de nationale
rekeningen gehouden. De overheid
heeft zo de op ons afkomende problemen
systhematisch verborgen gehouden. We werden in slaap gewiegd met
welluidende initiatieven zoals het
Zilverfonds dat in realiteit
slechts schulden bevat.
In realiteit mag de
totale schuld van de Belgische overheid op
vandaag op minstens 400% BBP worden geraamd. Ons sociaal stelsel
was dus volledig
gebaseerd op krediet. Politiek
geïnspireerde sociale initiatieven worden op vandaag nog altijd
systematisch op de rug van toekomende generaties
gefinancierd. Dat piramidespel is
nu niet langer houdbaar:
Alhoewel het
Belgisch overheidsbeslag nu al decennia behoort tot de
hoogste ter wereld, behoort de vervangingsratio van onze
pensioenen tot de laagste van
de OESO. We kunnen de
Belgisch pensioencrisis bijgevolg niet toeschrijven aan te
lage belastingsontvangsten en al evenmin aan
te hoge pensioenuitkeringen in de privésector. De ware oorzaak
moet gezocht worden in ons systeem zelf: veel te grote
verschillen in de pensioenuitkeringen, buitensporige
kosten van de bureaucratie en vooral de financïele
onhoudbaarheid van het repartitiestelsel.
Net als een piramidespel slechts houdbaar
is zolang nieuwe naïevelingen
tot het systeem toetreden is een repartitiestelsel
slechts houdbaar zo
lang de bevolking snel toeneemt en zolang de
nieuwkomers het allemaal nog kunnen betalen (of daartoe bereid
zijn). Pogingen om
repartitiestelsel in stand te houden bij stagnerende bevolking zijn met
mathematische zekerheid gedoemd tot mislukken. Een omschakeling
naar een kapitalisatiestelsel
dringt zich op.
Maar ook de
erbarmelijke inefficiëntie van het Belgisch
staatsapparaat draagt bij tot de
veel te hoge kosten, tot de bedroevend lage
pensioenvervanginsratio en onze
zorgwekkende financiële toestand. Vijf
bestuursniveau's voor een land ter
grootte van een middelmatige
wereldstad zijn er minstens twee te veel.
(1.
gemeenten, 2.
intercommunales, 3. provincies, 4.
Gewesten en 5. nationaal niveau met
daarenboven het Europees niveau )
Te veel
bestuursniveaus betekent te veel ambtenaren en te veel
betutteling over zaken die burgers veel beter voor zichzelf
kunnen regelen. Al die ambtenaren
betekenen niet alleen een bureaucratische overlast. Ze betekenen vooral
ook een overmatige belasting voor ons pensioenstelsel
omdat die overbodige ambtenaren ook nog eens een
discriminerend gul
pensioenstelsel genieten.
Recente
Ramingen De ware omvang van
onze pensioencrisis wordt pas duidelijk als men de
recentste ramingen
van de pensioenverplichtingen van
de ECB relateert aan het beschikbaar inkomen. De
ECB hanteert die verhoudingals maatstaf voor de duurzame financierbaarheid
van de publieke verpichtingen. Volgens die maatstaf scoort België
met een totale
staatsschuld van 778% van ons beschikbaar
inkomen zelfs beduidend slechter dan
Griekenland (590%) dat nu al in acute
financieringsproblemen is verzeild. In de
veronderstelling dat we 80% van ons inkomen besteden aan levensnoodzakelijkheden
zoals voeding, kleding, wonen, energie... betekent dit dat we
met zijn allen 7,78 x 5 = 39 jaar lang al onze
"discretionaire" koopkracht zouden moeten besteden aan schulddelging
willen we die staatsschuld aflossen.
Om haar lopende uitgaven rond te krijgen en de kortlopende
leningen te herfinancieren
zal de Belgische schatkist in 2010 een rekord bedrag van 89
miljard euro moeten lenen op de financiële markten. Dat komt neer op
een kwart van ons bruto binnenlands product of de
HELFT van het beschikbaar inkomen ! Zulke buitensporige
deficits zijn al jaren niet meer financierbaar met
binnenlands kapitaal alleen. 56
procent van onze staatsobligaties zijn nu al in buitenlandse handen.
Ten gronde
veroordelen we met zulke buitenlandse financiering onze nakomelingen
tot schuldslavernij aan buitenlandse regimes in landen als de VS,
Noord-Afrika, Rusland en zelfs Kazachstan.
Cruciaal voor de financierbaarheid is de rente waartegen
België dit jaar zijn leningen kan slijten. De gigantische
financieringsbehoefte komt erg ongelegen omdat ook de banksector
dringend aan de kassa moet passeren om haar kapitaalsbasis versterken
wil ze aan
de Basel III normen voldoen. Met zo'n gigantische
kredietvraag is het weinig waarschijnlijk dat de rente nog lang op het
huidig historisch laag peil kan blijven.
Deze week speelde de Schatkist met de idee van een
30-jarige lening in de hoop daarmee de
financiële problemen niet één maar twee generaties
voor zich uit te schuiven. Het gevaar is niet denkbeeldig dat de Belgische
kredietwaardigheid internationaal
stilaan in
het gedrang komt. We kunnen onze AA+ rating verliezen of de prijzen van
"Credit Default Swaps" en de bijhorende rente kunnen de hoogte
inschieten,
zelfs zonder dat de ECB aan de rente raakt. Zo'n rentestijging zou pas
een ware ramp betekenen omdat het rentesneeuwbal weer aan het rollen
zou brengen en onze publieke
financïen helemaal ontredderen.
Ons sociaal stelsel heeft duidelijk de limieten van de
financierbaarheid
bereikt. Op korte termijn
dreigen we in acute financieringsproblemen te verzanden net zoals
Griekenland. Het is een illusie
te denken dat we dit sociaal stelsel nog
langer in stand
kunnen houden. Een fundamentele
hervorming dringt zich op met
verregaande privatisering. De burger zal weer
ruimere verantwoordelijkheid voor zijn eigen bestaan moeten
overnemen van de in gebreke blijvende overheid, met een forse
inkrimping van het overheidsapparaat voor gevolg. Het is ook een
illusie dat de overgang naar een geprivatiseerd
sociaal stelsel zonder pijn kan gepaard gaan. De politiek heeft
immers beloften gedaan die ze onmogelijk kan
inlossen. Willen we de
essentie van ons sociaal systeem redden zullen we het van
zijn franjes moeten ontdoen. Luxueuse
uitkeringen op kosten van komende generaties zijn noch moreel verdedigbaar, noch
financiëel haalbaar. Het nieuwe sociaal
stelsel zal moeten worden afgeslankt tot zijn
essentiële sociale taken willen we de minimale sociale
rechten van behoeftigen duurzaam vrijwaren.
Ondanks de
exact
voorspelbare omvang van de vergrijzing heeft
de Belgische overheid bedroevend weinig pensioenreserves
aangelegd:
In totaal voor slechts 17% van ons BBP. Onze pensioenreserves
vertegenwoordigdigen
daarmee nauwelijks de tegenwaarde van twee maand arbeid.
In Nederland, Denemarken, Zwitserland zijn die reserves 7 tot 8 maal
groter
en zelfs het zo verfoeide "asociaal model " van de VS heeft 7
maal méér pensioenreserves
opgebouwd.