Rudy Aernhoudt legt de
vinger op de wonde:
Onze
overheidsinstellingen zijn hopeloos inefficïent
A
wake-up call. Rudy Aernoudt legt in De Tijd de vinger op de wonde. Onze
overheidsinstellingen zijn hopeloos inefficïent en wij subsidieren
verlieslatende overheidsbedrijven. Kabinetten worden beter afgeschaft.
Hij relativeert ook de transfers naar Wallonië en stelt dat
Vlaanderen
het relatief iets beter doet, maar toch nog steeds ondermaats presteert
wanneer men vergelijkt met andere landen. Laat ons eerlijk zijn. Hij
heeft gelijk. De Vlaamse regering wou tien jaar geleden een slanke en
efficiënte overheid. In werkelijkheid is er 20 % meer personeel
aan de
slag. De Keynesiaanse maatregelen moeten ook niet onder doen voor de
pseudo gratis-acties van de federale regering. Innovatie-politiek en
diensten cheques ten spijt, het blijft rommelen in de marge op kosten
van de hardwerkende Vlamingen, Brusselaars en Walen. Fundamentele,
structurele veranderingen en vooral een diepgaande
mentaliteitsverandering dringen zich op in dit land.
De Tijd publiceert op
geregelde tijdstippen een viervoudige opinie
van een beslissingsnemer. Hij of zij geeft zijn ongezouten mening over
een onderwerp voorgelegd door de redactie, een onderwerp naar eigen
keuze en een actueel thema. Het klavertjevier wordt afgesloten met
enkele losse hersenspinsels, kort en krachtig.
Deze week is RUDY
AERNOUDT aan het woord. De economist en filosoof
is van alle kabinetten thuis. Met die ervaring is hij uitstekend
geplaatst om eens uit te leggen waarom de overheid in dit land zo
inefficiënt blijft. En waarom wil hij als ex-kabinetschef nu zelf
de
kabinetten weg? Hoe kan je de transfers naar Wallonië anders
bekijken
en wat scheelt er aan het gratis-verhaal?
Opgetekend
door Patrick Luysterman
Het zijn de
Walen niet
Overlapping van
bevoegdheden en gedemotiveerde ambtenaren leiden tot gigantische
inefficiënties. We moeten dringend een overheid ontwikkelen die
meer
doet met minder. Op die manier kan tot 10 miljard euro
efficiëntiewinst
worden gerealiseerd. Dat is ongeveer tweemaal zo veel als de geschatte
transfers van Vlaanderen naar Wallonië. Ons probleem ligt niet
zozeer
bij de Walen maar bij de enorme overheidsinefficïëntie in het
hele
land, stelt RUDY AERNOUDT.
Onderzoek van Harvard toonde aan dat er
een duidelijke correlatie bestaat tussen de professionaliteit van de
overheid en de economische ontwikkeling van een regio. Een
efficiënte
overheid is een overheid die de juiste dingen doet en ze juist doet. De
Belgische overheden slagen in geen van beide opdrachten.
De efficiëntie
van onze administratie ligt 35 procent lager dan het
gemiddelde van 23 onderzochte landen. Een van de meest schrijnende
voorbeelden is de efficiëntie van het belastingsysteem. Op de 117
door
het World Economic Forum geanalyseerde landen kwam België op de
115de
plaats. Terwijl we voor het niveau van de belastingen duidelijk aan de
top van de Europese rankings vertoeven, bevinden we ons qua
efficiëntie
helemaal onderaan. Misschien hangen deze twee rankings wel samen.
De Belgische overheid
haalt een inputefficiëntie van 66 procent. Met
andere woorden, we 'presteren' een verspilling van middelen van 34
procent ten opzichte van de beter presterende landen. Het gemiddelde
van de onderzochte landen was 79 procent, wat ons nog altijd 13
procentpunt beneden het gemiddelde brengt. Omgerekend op de impact van
de overheden in de economie, geschat op 47 procent van de economie,
komen we aan een verspilling van om en bij de 10 miljard als we
tevreden zijn te streven naar de gemiddelde waarden. Dat is ongeveer
tweemaal zo groot als de geschatte transfers van Vlaanderen naar
Wallonië.
Vooral inzake de
efficiëntie van de administratie en de economische
performantie scoren we bijzonder slecht. Veel Vlamingen duiden
vermoedelijk de Walen aan als de zondebok en de oorzaak van deze
inefficiëntie. 40 procent van de actieve Walen werkt immers bij de
overheid en de publieke bedrijven, tegenover 'slechts' 28 procent van
de Vlamingen. Onderzoek aan de KULeuven berekende evenwel dat de
Vlaamse inputefficiëntie 69 procent bedraagt, of 3 procentpunt
boven
het Belgische gemiddelde. Dat impliceert dat de Vlaamse administratie
iets performanter is dan de Waalse maar zich nog steeds 10 procentpunt
onder het gemiddelde bevindt en een verspilling noteert van 31 procent
ten opzichte van beter presterende administraties zoals die van
Luxemburg of Ierland.
Efficiëntie in
de privésector heeft te maken met vier factoren:
motivatie, competentie, duidelijke bevoegdheidsafbakening en loon en
respect voor geleverde prestaties. En precies op die vier punten knelt
het schoentje. In België is 18,2 procent van de werkende bevolking
aan
de slag bij de administratie, terwijl voor de meeste Europese landen
dat cijfer schommelt tussen 11 en 13 procent. Maar een groot aantal van
deze mensen is niet of weinig geschoold en heeft niet voldoende
competenties. Dat komt omdat de overheidspolitiek inzake aanwervingen
wordt bezoedeld door een sociale politiek.
Gebrek aan
respect
De komende tien jaar bereikt
heel wat overheidspersoneel de pensioenleeftijd. Natuurlijke afvloei
gekoppeld aan een beperkte aanwerving van competente ambtenaren zou de
overheid kunnen doen afslanken en zo de efficiëntie ervan
opdrijven.
Dat moet dan wel gepaard gaan met een accuraat screenen van de
personeelsbehoeften en een sterke professionele mobiliteit bij de
verschillende overheden. De overheidsadministraties kunnen dus niet
langer gebruikt worden als een alternatief voor tewerkstellingsbeleid.
Ze moeten 'ontvetten', minstens tot op het niveau van het Europese
gemiddelde.
De politiek geladen
kabinetten interfereren in de werking van de
administratie, wat de demotivatie van de ambtenaren versterkt. De
nieuwe politieke cultuur is veraf: administraties ontvangen nog steeds
instructies om dossiers goed te keuren, wat dan weer de
bevoegdheidsafbakening op de helling plaatst. Het getuigt van gebrek
aan respect voor de analyse van de ambtenaar. Zijn imago in de
buitenwereld is dan ook navenant.
Schaf de
kabinetten af
In haast alle landen
regeren ministers zonder kabinetten. Vlaanderen kan en moet bewijzen
dat het dat ook kan. Er doet zich nu een unieke kans voor.
Ondanks
de intenties van de Copernicushervorming, die voorzag in een
afschaffing van de kabinetten, is het aantal kabinetsleden van de
federale ministers in 15 jaar verdubbeld. Terwijl de kabinetten in 1989
30 miljoen euro kostten, liep het kostenplaatje in 2004 op tot 50
miljoen. Het aantal politiek adviseurs steeg van 13,8 naar 28 per
minister. De Copernicushervorming moest een stille dood sterven want ze
liet niet genoeg ruimte voor politieke benoemingen.
Ook de tien Vlaamse
ministers beschikken over een hofhouding van
meer dan 500 kabinetsleden, 30 meer dan de vorige regering. Van hen
mogen er meer dan 50 de titel van kabinetschef of adjunct-kabinetschef
dragen. Ambtenaren met de juiste kleur worden tijdelijk in het kabinet
ondergebracht - wat opnieuw de administraties verzwakt - met een
kabinetspremie boven op hun salaris. Als het kabinet opgeheven wordt,
hebben ze recht op een retourticket en een ontluizingsverlof.
Anderen krijgen dan
weer een kabinetsfunctie aangeboden in ruil voor
'bewezen diensten'. Die diensten zijn meestal verbonden aan een
politieke daad die verband houdt met voorbije (of toekomstige)
verkiezingen. Ook voor hen wordt een stoel warm gehouden voor na de val
van het kabinet. Het nieuwe kabinet begint overigens meestal zonder
personeel, dossiers of materieel, en moet opnieuw alles opbouwen, met
belastinggeld.
Vlaanderen heeft een
unieke kans om aan de overheidsinefficiëntie
iets te doen. Het 'beter bestuurlijk beleid' dat sinds 1 april 2006 van
kracht is, deelt de administratie in in 13 beleidsdomeinen. Het
kloppende hart van ieder domein is het departement, dat als taak heeft
'beleidsvoorbereidend en beleidsevaluerend' werk te verrichten. De
departementen moeten dus gaan doen wat de kabinetten de facto doen. Het
is trouwens de bedoeling de kabinetten af te schaffen. De beslissing
van 23 juni 2000 stelt dat de departementen de meeste taken van de
ministeriële kabinetten overnemen, zodat die kunnen afslanken tot
een
beperkte staf van de minister. Sinds 1 september staan de nieuwe
structuren op punt. Een schitterend huzarenstukje. Alleen is van het
afschaffen van de kabinetten (voorlopig) geen sprake meer. Integendeel,
de persoonlijke hofhoudingen van de ministers zwellen nog aan.
Zon
Vlaanderen mag deze unieke gelegenheid niet
laten passeren om de kabinetten af te schaffen. Dit is écht de
enige
manier om overlappingen te vermijden en een efficiënt beleid te
garanderen. Elke minister zou dan drie tot vijf persoonlijke
medewerkers kunnen hebben die de beleidsvoorstellen van het departement
kunnen toetsen aan de partijpolitieke consideraties en de communicatie
van de minister verzorgen. Het zal moed vergen van de regering om het
niet bij loze retoriek te laten. En hopelijk zal ook de (volgende)
federale regering Copernicus vanuit zijn as te doen oprijzen. Maar na
jaren Copernicus blijven heel wat politici beweren dat de zon rond de
aarde draait.
Transfers
anders bekeken
Wallonië is niet
homogeen. Integendeel, de provincie Waals-Brabant is de rijkste
provincie van Wallonië. Ze is dan ook nettobetaler, ook voor… de
West-Vlamingen. De armoede en de werkloosheid zijn geconcentreerd in de
oude industriebekkens van Luik en Charleroi. Haalt men deze twee
subregio's uit de statistieken, dan zijn er economisch gesproken geen
significante verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië. Beide
arrondissementen vertegenwoordigen wel 30 procent van de Waalse
economie.
De 'onafhankelijke'
staat Vlaanderen zou het op drie na rijkste van
de 26 Europese lidstaten worden. Daardoor zal natuurlijk het Europese
solidariteitsprincipe worden geactiveerd en zullen we solidair zijn met
de andere lidstaten, zoals Griekenland, Bulgarije, en wie weet op
termijn zelfs Turkije. En nog erger, zelfs Wallonië zal op een
indirecte manier weer geld krijgen van de hardwerkende Vlamingen.
Tenzij we ons na de onafhankelijkheid ook terugtrekken uit de Europese
Unie en een Vlaamse autarkie uitbouwen.
Transfers zijn echter
niet in de eerste plaats van interregionale
aard maar van interpersoonlijke aard. Twee derde van de transfers heeft
immers te maken met de sociale zekerheid. Indien de Vlamingen de 3 euro
die zij per dag betalen voor de Walen zouden afschaffen, zouden 42
procent meer Walen onder de armoedegrens leven. Een op de vier Walen
zou dan onder het bestaansminimum vallen. Is het dat wat de Vlamingen
willen?
Geen blanco
cheque
Het is echter wel de morele
plicht van de donor, geen blanco cheque te geven. Vlaanderen zou met
Wallonië op basis van interregionaal overleg moeten overeenkomen
dat de
fondsen worden gekoppeld aan een beleid dat de economie erbovenop
helpt. De ingrediënten zijn bekend: innovatie, ondernemerschap,
creativiteit en arbeidsethos. Als de participatiegraad in Wallonië
op
het niveau komt van die in Vlaanderen, dan smelten de transfers weg als
sneeuw voor de zon. En als we daarnaast ook nog ijveren voor een
efficiënte administratie, dan blijven geen transfers meer over.
Mentaliteit
Het beste wat ons in Vlaanderen kan
overkomen, is dat wij een welvarende en koopkrachtige buur hebben.
Vandaag al bedraagt het aandeel van de 'export' van kleine Vlaamse
bedrijven (minder dan tien werknemers) naar Wallonië 25 procent;
voor
de grotere (meer dan tien werknemers) is dat nog steeds 20 procent. En
alle ingrediënten om Wallonië erbovenop te halen zijn er:
bereidwillige
mensen, ruimte en betaalbare industriegrond, risicokapitaal. Het
énige
waar aan gesleuteld moet worden, is de mentaliteit. Mentaliteit zit in
mensen, maar structuren kunnen de motivatie aanwakkeren of afremmen.
Daar zit de uitdaging. Als de Vlamingen daarvoor ijveren in plaats van
oeverloos te discussiëren, over hoe hoog die transfers precies
zijn,
zouden we er allen beter van worden.
Clichés
over Walen
Clichés over de Waal moeten
debatten zoals die over de sociale zekerheid of de
werkloosheidscontrole voeden om tot de conclusie te komen dat er met
die Walen niet te 'werken' valt en om de eis tot onafhankelijkheid te
verantwoorden. Het zondebokmechanisme gaat ervan uit dat de zondaar met
alle zonden wordt overladen en de stad (in casu het land) wordt
uitgejaagd, waardoor de welvaart wordt hersteld. Het is manifest
onjuist dat Vlaanderen daarbij als bij wonder plots opnieuw de meest
competitieve en welvarende regio zou worden. Dichotomie (het denken in
termen van tegenpolen) diaboliseert en leidt zelden tot duurzame
oplossingen waar de mens beter van wordt.
De trein
Uit Europese statistieken over de
subsidies aan ondernemingen blijkt dat Belgische ondernemingen zwaar in
de prijzen vallen. Ze vertegenwoordigen de op een na meest
gesubsidieerde ondernemingen van de EU-15. Als men de spoorwegen uit de
statistieken haalt, zakken onze ondernemingen van de tweede naar de
achtste plaats. Elke dag betaalt elke Belg 1 euro voor de trein die
gebruikt wordt door 6 procent van de Belgen. Als we dat vergelijken met
de 3 euro die elke Vlaming betaalt voor de Walen en de Brusselaars, die
40 procent van de bevolking uitmaken, is dat ongeveer twee keer zoveel
per begunstigde.
Gratis is duur
Gratis betekent dat diegene die
het 'gratis' goed gebruikt er niet voor moet betalen, terwijl iemand
anders, die het al of niet gebruikt, er wel voor moet betalen.
Indirecte allocatiesystemen moeten worden beheerd door onze
belastingadministratie, wat tot bijkomende kosten leidt en er eigenlijk
voor zorgt dat gratis duurder is voor de gemeenschap dan niet-gratis.
Erger: de splitsing tussen gebruiker en betaler leidt tot niet-respect
bij de gebruiker en demotivering bij de betaler. Zo worden toch de
basisprincipes van een economie en maatschappij uitgehold, wat ons
héél
duur kan komen te staan.
Mandaten
Een innovatie in publiek management was
de invoering van mandaten voor topfuncties bij de overheid. De vaste
benoeming was weinig compatibel met de gewenste dynamiek. Volgens Van
Dale is een mandaat een opdracht krachtens dewelke men een functie
vervult. Nu blijkt dat de meeste collegae, na een externe
rekruteringsprocedure, weliswaar een mandaat hebben bekomen, maar dat
mandaat niet opnemen. Als we kijken naar de definitie kan men een
mandaat echter ofwel weigeren, ofwel opnemen. De facto wordt in
Vlaanderen de opdracht dus niet uitgevoerd door de gemandateerde maar
door een derde die niet in de proeven is geslaagd en nu zonder mandaat
wordt gemandateerd. Of hoe politieke logica en efficiënt bestuur
haaks
op elkaar staan. Wie zei ook alweer: 'Wat we zelf doen, doen we beter'?
Als bedrijven even alarmerende
cijfers zouden neerzetten als de nv België,
zouden ze op de beurs worden afgeslacht en ingrijpende
herstructureringen moeten aankondigen.
Ondernemingen houden permanent hun evolutie
in het oog.
Beursgenoteerde ondernemingen worden zelfs continu in de gaten gehouden
door experts. Omzetevoluties en marktaandelen zijn daarbij belangrijk.
Maar ook de financiële structuur van een bedrijf is een topic van
permanente aandacht. Enkele ratio's bijvoorbeeld mogen niet onder een
bepaald niveau dalen. De solvabiliteit (eigen vermogen over
balanstotaal) mag niet minder dan 15 % bedragen, het bedrijfskapitaal
mag niet onder de 10 % van het balanstotaal zakken en de cashflow mag
niet lager zijn dan 6 % van het balanstotaal. Vooral delicaat wordt het
wanneer die zogenaamde alarmpeilen samen worden overschreden. Als het
bedrijf dan toch nog overeind wil blijven, dringt een herstructurering
zich op.
Die benadering is geldig voor alle
ondernemingen, met uitzondering
van één: de nv België ontsnapt blijkbaar aan die
logica. De nv België
verloor de jongste vijftien jaar immers 20 % marktaandeel tegenover de
geïndustrialiseerde landen en 7 % sinds 2000. Het alarmpeil voor
de nv
België is vanzelfsprekend niet hetzelfde als voor een individuele
onderneming, maar de logica blijft ook hier toepasselijk. Gezien de
beperkte accuratesse van een aantal indicatoren is vooral de evolutie
belangrijk. Daarnaast worden, indien mogelijk, verschillende bronnen
geraadpleegd. Laten we even een paar indicatoren op een rijtje zetten.
De competitiviteit van ons land daalde,
afhankelijk van de bron, in
vijf jaar tijd van de 18de naar de 33ste plaats (bron: WEF
Genève) of
van de 18de naar de 27ste plaats (bron: IMD Lausanne). Logisch dus dat
ook het risico op delokalisatie is verhoogd. Op 61 landen bevond
België
zich qua risico voor delokalisatie van de productie-eenheden op de
60ste plaats in 2006 (in 2003 was dat nog de 41ste plaats). Nu blijken
heel wat politici dit te relativeren; sommigen beweren zelfs dat we er
op termijn naar moeten streven om de R&D-afdelingen hier te houden
en de productie te laten vertrekken. Die redenering is fundamenteel
verkeerd. Op termijn zal de R&D-afdeling immers (fysische)
toenadering zoeken tot de productie-eenheid. Als alle industrie
delokaliseert, mogen wij er ook van uitgaan dat de R&D-afdelingen
zullen volgen. Trouwens, ook wat betreft het risico op delokalisatie
van de R&D-afdeling verliezen wij gestaag terrein. Op de 61
onderzochte landen zijn wij het 54ste risicovol (cijfers voor 2006).
Drie jaar eerder bevond ons land zich nog op de 26ste plaats.
Sense of urgency. Terwijl
een bedrijf dat wordt
geconfronteerd met dergelijke alarmpeilen zou worden afgeslacht op de
beurs en ingrijpende herstructureringen zou moeten aankondigen, is de
nv België immuun voor die evoluties. Zo blijft de fiscale en
parafiscale druk op de lonen de hoogste ter wereld. De loonkosten in
hun totaliteit bevinden zich op de 119de plaats (van de 125 door het
WEF onderzochte landen). Onze legendarische hoge productiviteit,
bijproduct van de te hoge belastingen, zorgt ervoor dat wij inzake
loonkosten per arbeidsproduct op de 73ste plaats belanden.
Wie denkt dat die benauwende cijfers leiden
tot een beter beheer van
de publieke middelen of een efficiënte overheidsdienst, vergist
zich
schromelijk. Inzake verspilling van de overheidsuitgaven dalen wij van
de 17de (in 2002) naar de 50ste plaats (in 2005). Onze
belastingdiensten bekleden qua efficiëntie de 115de plaats op 117.
Alleen Benin en Brazilië doen nog slechter.
Verbeteringen in de marge zullen niet leiden
tot een fundamentele
oplossing. Integendeel, kleine ingrepen strooien zand in de ogen zodat
de werkelijke uitdaging eventjes wordt onderdrukt. Radicale ingrepen
zijn nodig, onder meer inzake de lasten op arbeid, de flexibiliteit van
de lonen, de regulering van de arbeidsmarkt en de efficiëntie van
de
overheidsadministratie. Zonder dergelijke ingrepen zal de nv
België nog
meer marktaandeel verliezen en zal de sociale welvaartsstaat niet
langer sociaal en ook niet langer welvaartsstaat kunnen blijven.
De overheid kan dergelijke ingrepen niet
alleen realiseren. Ze heeft
daarbij de steun nodig van de sociale partners en de hele bevolking.
Als we verwijzen naar voorbeelden van landen die het de jongste tien
jaar bijzonder goed doen, vernoemen we steevast Ierland en Finland.
Nochtans was Ierland een arm land bij de toetreding tot de Europese
Unie, met emigratie van hun geschoolde arbeidskrachten. Finland dan
weer kende een diepe economische crisis door het ineenstorten van de
grote buur: het Russische imperium. Bovenstaande cijfers zijn dan ook
helemaal niet bedoeld om aan de klaagmuur te staan. Ze tonen alleen aan
dat de situatie ernstig is en dat ingrepen in de marge weinig zinvol
zijn.
We hebben een sense of urgency nodig, zodat
fundamentele ingrepen
mogelijk worden. Al moeten we hier misschien verwijzen naar het recente
boek van gewezen Barcotopman Hugo Vandamme en journalist Karel Cambien:
Wat baten kaars en bril, als de uil
toch niet zien wil ...
Rudy Aernoudt is
secretaris-generaal van het Vlaams Departement voor
Economie, Wetenschap en Innovatie
en voormalig kabinetschef van Vlaams vicepremier Fientje Moerman,